Wacht niet meer op de traditionele polder voor pensioenhervorming

Minister Koolmees moet twee dingen doen: de fiscale voordelen voor nieuwe pensioenvormen optrekken tot die van de oude fondsen, en vervolgens de pensioenregeling verplichten, niet het pensioenfonds zelf. Dat stellen Mei Li Vos en Martin Pikaart in De Volkskrant van 6 juni 2018. 

Er is weer opwinding in een klein deel van Nederland over een pensioenakkoord. Uit een uitgelekt document zou blijken dat werkgeversvereniging VNO-NCW en de grootste vakbond FNV het er eindelijk over eens zouden zijn: de AOW-leeftijd gaat niet zo snel omhoog, zzp’ers moeten verplicht voor pensioen gaan sparen, werknemers blijven een vast pensioenbedrag krijgen en dat gaan we betalen door jongeren meer risico te laten nemen. Het uitgelekte akkoord ademt de belangen van ouderen en werkgevers: zestigplussers zo snel mogelijk met pensioen laten gaan. Wat de rest van Nederland vindt, doet er blijkbaar niet toe.

                                                                                                                                                                                                           de tekst gaat verder onder de afbeelding

Oud-hoogleraar Harrie Verbon doet ook een duit in het zakje van de discussie. Hij stelt in de Volkskrant van 5 juni dat de AOW-leeftijd niet omhoog hoeft, omdat ouderen toch niet kunnen doorwerken. Verbon maakt twee denkfouten, uiteraard te bekostigen door (jonge) werkenden. Hij stelt dat er geen tegenstelling tussen jong en oud is in deze discussie en hij scheert alle oudere werkenden over één kam.

De AOW gaat echter bij uitstek over een tegenstelling tussen jong en oud. Tussen jong en werkend, omdat die tot de AOW-leeftijd betaalt, en tussen oud en AOW-gerechtigd, die ervan geniet. Die tegenstelling is maar goed ook, want we worden allemaal AOW-gerechtigd en dan willen we ook dat de werkenden blijven betalen.

Daarom moet de AOW-leeftijd worden aangepast aan de stijgende levensverwachting. Dat hadden we overigens veel eerder moeten doen: al in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen wisten we al dat we veel ouder worden dan de pensioenleeftijd die de prudente Drees bij de invoering van de AOW vaststelde.

Verbon scheert alle ouderen over één kam en wordt zo de marionet van lakse werkgevers. Verbon heeft gelijk als hij zegt dat kwetsbare oudere werkenden de dupe zijn van de verhoging: zij hebben vaak een zwaar beroep en een laag inkomen. Niet raar dat zij een uitkering krijgen. Moeten we ook niet moeilijk over doen.

Maar de meeste Nederlandse ouderen zijn rijk in vergelijking met jongeren en andere ouderen in Europa. Ook niet alle ouderen hebben een zwaar beroep. Doen alsof alle oudere werkenden vanaf hun zestigste versleten zijn is alleen in het belang van werkgevers die geen zin hebben in het investeren in werknemers. Vroeger konden ze oudere werknemers nog via een VUT-regeling laten afvloeien, maar nu moeten ze echt wat doen aan duurzame inzetbaarheid. Daar lijken de werkgevers in een kongsi met de FNV geen zin in te hebben, getuige het uitgelekte document.

Minister Koolmees zit intussen niet lekker. Hij heeft passend in de poldertraditie gezegd dat hij zal wachten op een akkoord. Maar het moet gekmakend frustrerend zijn voor een democraat dat hij zit te wachten op iets van twee niet-representatieve verenigingen. Waar hij het inhoudelijk waarschijnlijk niet mee eens is, omdat het slecht is voor iedereen onder de 55 jaar.

Maar Koolmees hoeft niet te wachten, en wij ook niet. Want de rest van Nederland kan over het pensioen zijn of haar eigen plan trekken. Sinds 2016 is immers de Wet verbeterde premieregeling ingegaan.

Die wet maakt het mogelijk voor een bedrijf of sector een eigen duurzame pensioenregeling op te stellen. Daarmee kan de scheefgroei van het huidige stelsel worden opgelost. Dat is bijvoorbeeld mogelijk door met individuele pensioenpotjes te werken en iedereen daarvoor dezelfde premie te laten betalen. Zodat alleen de belangrijkste vorm van solidariteit geregeld wordt, namelijk tussen langlevenden en kortlevenden.

Het enige dat de minister nog zou moeten doen is de fiscale voordelen voor dit soort nieuwe pensioenvormen op te trekken tot die van de oude fondsen. En de minister moet vervolgens de pensioenregeling verplicht stellen, niet het pensioenfonds zelf. Zodra deze twee zaken geregeld zijn, hebben werkgevers en vakbonden voldoende mogelijkheden om zelfstandig tot een duurzame pensioenregeling te komen.

Als minister Koolmees deze twee dingen regelt, hoeft hij niet meer te wachten tot de twee grote polderpartners eruit zijn (en op de achterban van de vergrijsde bonden die uiteraard niet akkoord zullen gaan). Dan kan hij dat voorstel aan het parlement voorleggen, die er namens alle Nederlanders die op hen gestemd hebben over kunnen oordelen. Veel democratischer en sneller dan zitten wachten op FNV en VNO-NCW. 

Mei Li Vos en Martin Pikaart, respectievelijk vicevoorzitter en voorzitter van vakbond AVV

Mei Li Vos & Martin Pikaart
06 juni 2018