Waarom noemen jullie jezelf Alternatief voor Vakbond?
De wereld om ons heen is behoorlijk veranderd sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. De manier waarop arbeid wordt ingezet, de manier waarop we werken en daardoor het draagvlak onder de sociale zekerheid.

Wil je dat mensen zekerheid blijven houden over hun inkomen dan zul je moeten veranderen. Dat doe je met nieuwe vormen en gedachten. Daarmee kunnen we de noodzakelijke zekerheden weer vinden die je nodig hebt als je baan continu verandert, meer dan een baan hebt of half werknemer/half zzp'er bent.

We zijn een gewone vakbond, maar onze visie op de rol van vakbonden betekent dat we op een andere manier werken: we betrekken alle werknemers bij hun arbeidsvoorwaarden, niet alleen leden van onze vakbond.

Waarom willen jullie niet-leden betrekken bij hun arbeidsvoorwaarden?
AVV is opgericht om iedereen stemrecht over zijn of haar cao te geven, niet alleen leden van vakbonden. Wij vonden het destijds niet terecht dat een klein aantal leden van vakbonden verstrekkende besluiten kon nemen over de arbeidsvoorwaarden van collega's die geen lid waren. Wij vonden het ook niet terecht dat de bonden vervolgens geld ontvingen uit sociale fondsen voor alle werknemers, terwijl zij daar geen stemrecht over hadden. Dit is een principiële stellingname: iedereen moet stemrecht hebben over de eigen arbeidsvoorwaarden, als die worden opgelegd. 

In de sectoren waar we actief zijn beschouwen we elke werknemer als belanghebbende. Dat betekent dat we ieders vragen beantwoorden, lid of geen lid. We noemen dit het draagvlakmodel: iedereen mag over zijn of haar eigen cao stemmen, lid of geen lid. Deze redenering wordt onderschreven in het unanieme SER advies Verbreding draagvlak cao-afspraken, andere bonden zijn het er mee eens dat je ook draagvlak moet zoeken buiten je leden.

Willen jullie ook een ander soort cao als je niet-leden invloed geeft? 
Een belangrijke reden voor ons om het draagvlakmodel te gebruiken was en is dat de leden van de bestaande vakbonden relatief oud zijn. De stem van jongeren en flexwerkers werd niet gehoord, omdat ze geen lid waren. Daardoor stonden cao's vaak vol met regelingen voor ouderen, maar minder regelingen waar bijvoorbeeld jonge ouders of flexwerkers behoefte aan hebben. Door iedereen te laten meedenken en meebeslissen  gaat de inhoud van cao's ook meer passen bij het bedrijf of de sector waar deze voor bedoeld is.

Hoe kan je onafhankelijk blijven als de inkomsten voornamelijk uit sociale fondsen en van werkgeversbijdragen komen? 
Ons afwijkende model heeft consequenties voor onze financiering; die krijgen we niet structureel rond met uitsluitend contributie. Daarom vormen bijdragen (subsidies) uit de verschillende sectoren een substantieel deel van onze inkomsten. 

Dan bestaat het gevaar dat je afhankelijk bent of wordt van bijdragen. Om dat te voorkomen hebben we een cao-protocol opgesteld, dat is onderdeel van de statuten. Essentieel is dat we een stemming door een onafhankelijk onderzoeksbureau laten uitvoeren, dat de uitkomsten geopenbaard worden en dat we ons neerleggen bij alle uitkomsten. Als een stemming negatief uitvalt, we dus geen cao kunnen ondertekenen en geen subsidie krijgen uit een sociaal fonds kan dat betekenen dat we moeten inkrimpen. Medewerkers bij AVV zijn zich ervan bewust dat er minder baanzekerheid is door deze werkwijze. 

Het is tot nog toe een keer voorgekomen dat cao-panelleden van medewerkers tegen een onderhandelaarsakkoord hebben gestemd, bij de tuincentra in 2015. Dat onderhandelaarsresultaat is toen niet omgezet in een cao. Pas een tijd later zijn partijen weer om de tafel gegaan en kwam er een nieuw en beter resultaat tot stand. AVV is de enige vakbond die resultaten van stemmingen publiceert. 

Hoe worden andere bonden gefinancierd?
Alle vakbonden krijgen voor een deel direct en/of indirect financiering uit subsidies uit sectorfondsen of van werkgevers. Een ander deel komt uit contributies van leden. Het verschilt per bond wat de verhouding contributie-fondsen is. Dat bonden geld kregen van werkgevers of sectorfondsen is begonnen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, omdat de ledenaantallen toen al zo ver terugliepen dat vakbonden zonder de extra bijdrage hun werk niet meer konden doen. 

Waarom geven werkgevers eigenlijk geld  aan vakbonden?
Werkgevers in Nederland vinden het belangrijk dat vakbonden hun werk blijven doen, het poldermodel is onder andere gebaseerd op het idee dat werkgevers en werknemers elkaar nodig hebben.

Hoeveel krijgen bonden uit sectorfondsen?
Dat verschilt per sector, per bond. Soms krijgt de grootste bond het meeste geld, soms wordt een andere verdeelsleutel afgesproken.  
In de grootste sector waar AVV actief is, de sector Retail non-food ontving  AVV in 2018 een subsidie van €250.000. Daar vallen op dit moment de volgende subsectoren onder: mode, schoenen, sport, grootwinkelbedrijven, woonwinkels, tuincentra, juweliers en uurwerkbranche, parfumerieën, e-commercewinkels. De andere bonden CNV en de Unie ontvangen andere bedragen, afhankelijk van de projecten die ze indienen.

Over de ontvangen subsidies moet iedere bond verantwoording afleggen. De subsidie mag alleen zijn gebruikt voor werkzaamheden voor het project waarvoor subsidie is aangevraagd. Dit wordt gecontroleerd door een accountant. In 2011, toen FNV nog actief was in deze sector ontving FNV uit de diverse Sociale Fondsen die toen nog in de sector bestonden ongeveer twee miljoen euro. 

Waarom hebben jullie geen stakingskas? 
Staken is een krachtig middel, maar betekent voor mensen met een flexcontract meestal einde contract, stelden wij bij onze oprichting. Daarom vonden wij het niet nodig om een stakingskas te vullen met geld van leden. Er zijn andere manieren om de werkgever onder druk te zetten: publiciteit, stiptheidsacties, of in het geval van schijnzelfstandigheid, nulurencontracters, algoritmewerkers zoals bij Deliveroo, Uber: allemaal op dezelfde tijd niet beschikbaar zijn. 

Andere bonden hebben toch wel een stakingskas?
Sommige bonden hebben een stakingskas, maar niet allemaal. Zo stelt de Unie nooit meer te gaan staken. Ook bonden die nog wel een stakingskas hebben, proberen die zo min mogelijk in te zetten, omdat er voor grootscheepse stakingen te weinig in kas is. Zo betaalt FNV al geen stakingsuitkering meer als er maar één dag gestaakt wordt. Niet voor niets zijn de recente stakingen allemaal voor één dag, zoals de pensioenstakingen van 18 maart en van 28 mei. 

Hoe weet je dat leden van jullie cao-panel daadwerkelijk in een sector of bij een bedrijf werken?
Mensen die zich nieuw aanmelden worden door ons administratiekantoor ingedeeld in een sector of bedrijf. Bij oproeping tot stemming worden alleen de mensen opgeroepen die in een sector of bij een bedrijf werken. Op het aanmeldformulier vragen wij mensen om te verklaren dat zij in een bepaalde sector werkzaam zijn. Indien sprake is van een valse verklaring kunnen wij hierop actie ondernemen. 

Hoe voorkom je stemfraude? 
Het onafhankelijke onderzoeksbureau dat voor ons de stemmingen uitvoert, controleert tijdens de stemming op onregelmatigheden. In tegenstelling tot andere bonden publiceren wij alle gegevens over de stemming: aantal stemmers, de uitslag en opmerkingen van stemmers.