Er is nog geen uitzicht op een nieuw kabinet, maar er liggen al twee adviezen voor een grondige sanering van de arbeidsmarkt, van twee verschillende consortia. Het ene advies is een sociaal Akkoord tussen ONL, AVV en VZN, het andere is een advies van de SER. Op het eerste gezicht lijken de adviezen veel op elkaar: flex minder flex, en vast minder vast, maar een nadere beschouwing leert dat ze huizenhoog van elkaar verschillen. Beiden consortia lieten zich inspireren door het rapport van de commissie Regulering van werk, ook wel de commissie Borstlap genoemd naar haar voorzitter.

Wat was er ook al weer aan de hand?

Sinds de invoering van de Flexwet eind vorige eeuw is de positie van flexwerkers achteruit gehold. Denk bijvoorbeeld aan de opkomst van payrollen, waarbij een werkgever zijn werknemers in dienst doet bij een payrollbedrijf, waarna ontslag veel makkelijker is. Tegelijkertijd is het aantal mensen dat op flutcontracten met nauwelijks sociale zekerheid werkt sterk toegenomen, veel meer dan in de landen om ons heen. Het vaste contract daarentegen is veel vaster dan in de landen om ons heen. Deze ontwikkeling was in 2005 een van de redenen voor de oprichting van AVV.

Wat is er al gedaan?

De commissie Borstlap, ingesteld voor minister Koolmees, presenteerde begin 2020 een evenwichtig rapport met voorstellen voor een ingrijpende hervorming van de arbeidsmarkt. Het rapport Borstlap kreeg steun van links tot rechts. De kern van de adviezen was: maak flexcontracten veel minder flexibel en maak het vaste contract wat flexibeler.

Een van de belangrijkste onderdelen was dat je alleen nog een uitzendbureau kunt zijn als je actief aan ‘allocatie’ doet, dat wil zeggen dat je vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar brengt. Werkgevers kunnen dan niet meer hun werknemersbestand ‘overdoen’ aan een payrollbedrijf, dat onder lichtere ontslagregels valt. Een ander belangrijk onderdeel was dat een digitaal platform ofwel werkgever ofwel uitzendbureau ofwel bemiddelaar is. Dus een bijbaantje in de horeca via een digitaal platform waarvoor je je verplicht in moet schrijven als zzp-er bij de Kamer van Koophandel is dan verleden tijd.

Hoe werken beide adviezen het ‘flex minder flex’ uit in uitzendwerk?

Zowel het Sociaal Akkoord als het SER advies perken de termijn waarbinnen uitzendkrachten van de ene op de andere dag kunnen worden ontslagen sterk in. Nu is die termijn anderhalf jaar, het rapport Borstlap raadt aan daar een half jaar van te maken. In het Sociaal Akkoord van AVV, ONL en VZN is  dat ook opgenomen, het SER advies blijft steken op een jaar. De termijn van tijdelijke contracten daarna (de ketenperiode) is nu vier jaar, en Borstlap raadt aan daar twee jaar van te maken. Ook hier hebben AVV, ONL en VNZ dat overgenomen, terwijl het SER advies blijft steken op drie jaar.

Het kernonderdeel van het rapport Borstlap, dat je alleen kunt uitzenden als je actief vraag en aanbod van werk bij elkaar brengt, ontbreekt in het SER advies.

Als uitzendkracht ga je er dus veel op vooruit met het Sociaal Akkoord, en een beetje met het SER advies.

Hoe werken beide adviezen het uitgangspunt ‘vast meer flexibel’ uit?

We zien hier dezelfde tendens: het rapport Borstlap geeft richtingen aan, het Sociaal Akkoord werkt die uit, en de Ser komt met iets totaal anders.

Het rapport Borstlap raadt bijvoorbeeld aan dat werkgevers hun zieke werknemers niet meer twee jaar maar slechts één jaar hoeven door te betalen en daarna neemt de overheid de lasten over. Het Sociaal Akkoord neemt dat over, het SER advies niet. Idem dito bij de zogeheten ‘interne wendbaarheid’ van werknemers. Het Sociaal Akkoord wil dat er een ‘UWV voor werkgevers’ komt dat startende werkgevers op weg helpt en kleine werkgevers helpt bij een ontslagdossier. Het SER advies maakt het mogelijk dat werkgevers al hun werknemers 20% minder laten werken, maar ze moeten wel volledig doorbetalen. Voor die 20% minder werk krijgen werkgevers een deel (75%) vergoed van de overheid. Kortom op het eerste gezicht een ideale deal voor de werknemer: je krijgt een dag per week vrij voor hetzelfde salaris (bij een full-time contract). Het lijkt echter een beetje te veel op de VUT- en WAO-arrangementen uit de jaren tachtig: offers you can’t refuse om minder te gaan werken en ‘het collectief’ betaalt de rekening. Dat collectief, dat zijn wij. De SER vergeet dat helaas.

Tenslotte

Het Sociaal Akkoord van AVV, ONL en VZN is veel meer op de toekomst gericht, met een individueel ontwikkelbudget, een algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering voor álle werkenden, dus ook de zelfstandigen en de mogelijkheid van meer maatwerk in cao’s en pensioen. Het is jammer dat het SER advies niets over zegt over deze aspecten. Voor wie alle verschillen tussen het rapport Borstlap, het Sociaal Akkoord van AVV, ONL en VZN en het SER advies op een rijtje wil zien is hier het overzicht.

Alle partijen, van links tot rechts, deelden de analyses van Borstlap. Het Sociaal Akkoord van AVV, ONL en VZN werkt dit rapport ook daadwerkelijk uit. Wij hopen dat toekomstige kabinetspartijen ons akkoord zullen gebruiken om nu eindelijk stappen te gaan maken op ‘flex meer vast’ en ‘vast meer flexibel'.

14 juni 2021